Maintenance Excellence bij Ofi
Bij Ofi, een wereldwijde speler in food & beverage ingrediënten, draait alles om continuïteit. Samen met Facta werkt Ofi aan een Maintenance Excellence-programma, gericht op structurele verbetering van onderhoud en hogere productiecapaciteit. Wij gingen in gesprek met Rikkert Lindeman (Reliability Excellence Lead Cocoa), die vanuit Ofi nauw betrokken is bij dit traject en dagelijks de impact ziet op de werkvloer.
Van reactief naar gestructureerd onderhoud
Het onderhoud bij Ofi werd voornamelijk reactief uitgevoerd en er ontbrak structuur. Rikkert zag dat direct. Met het Maintenance Excellence-programma brengt Facta die structuur wél aan. Niet alleen door te meten, maar door als één team samen te werken aan een onderhoudsstrategie en het maken van keuzes op basis van data. De focus verschuift daarmee van storingen oplossen naar storingen voorkomen.
De weg naar kwaliteit
Het opzetten van het Maintenance Excellence-programma was vanaf het begin een gezamenlijke zoektocht. De samenwerking liep niet direct soepel en vroeg van beide kanten een kritische blik.
“Met de komst van Maintenance Excellence programma is de manier van werken veranderd. Waar voorheen werd gemeten op basis van standaard ISO-instellingen, wordt nu gekeken naar het gedrag van specifieke machines. Metingen sluiten beter aan op de praktijk, waardoor afwijkingen nauwkeuriger worden gesignaleerd.
De grootste stap zit in de opvolging. Metingen werden uitgevoerd, maar opvolging bleef vaak uit en verantwoordelijkheden waren niet scherp. Door bewust te kiezen voor één vast aanspreekpunt aan beide kanten, ontstond er meer eigenaarschap. Mensen gingen verantwoordelijkheid nemen en acties werden daadwerkelijk opgepakt,” aldus Rikkert.
Vanuit Facta vervult Willem Visbeen hierin een belangrijke rol. Als vast aanspreekpunt bewaakt hij de voortgang, stemt hij acties af met de betrokken teams en zorgt hij ervoor dat verbeteringen structureel worden opgevolgd. Kwaliteit wordt geborgd door structureel overleg en heldere afspraken. Samen wordt gekeken naar storingen en de uitvoering van werkzaamheden. Die stap is gezet, maar het kan nog beter.
Alleen als je er samen voor gaat
Dit is niet iets wat je met iedere organisatie zomaar doet. Het vraagt om de bereidheid om te veranderen. Rikkert is daar duidelijk over: “Je moet er allebei echt voor gaan, anders werkt het niet. Daarbij is het essentieel om medewerkers mee te nemen in het waarom. Pas als mensen begrijpen wat het oplevert voor de installatie, het proces én hun eigen werk, ontstaat er draagvlak. Zonder dat inzicht blijft het een ‘moetje’, terwijl juist betrokkenheid ervoor zorgt dat veranderingen worden geborgd en volgehouden.”
De toegevoegde waarde zit niet alleen in techniek, maar vooral in de vertaalslag naar de werkvloer.
Er is veel behoefte aan begeleiding in de praktijk: niet alleen een plan op papier, maar laten zien hoe het werkt op de werkvloer. Theorie is één kant van het verhaal, maar de echte uitdaging zit in de uitvoering. Monteurs zijn bij zowel Ofi als Facta onmisbaar voor het succes van deze aanpak.
De resultaten
De focus ligt op dit moment vooral op het leggen van een stevig fundament. De eerste winst zit vooral in betere samenwerking, meer eigenaarschap en een gestructureerde manier van werken. De financiële impact van het programma is nog beperkt zichtbaar en dat is logisch. Sommige installaties vallen bijvoorbeeld maar eens in de drie jaar uit, waardoor het effect van de nieuwe aanpak pas op langere termijn duidelijk wordt.
De echte winst zit in de toekomst. Het structureel verhogen van asset beschikbaarheid is echter niet eenvoudig: als we in staat zijn om deze jaarlijks met 1% te verhogen, doen we het al heel goed. Het streven is circa 98% beschikbaarheid. Dit ligt in lijn met ‘world class’ in onze industrie, waarbij altijd een balans wordt gezocht tussen kosten en baten. Een beschikbaarheid van 100% is daarbij niet realistisch. Deze manier van werken draagt daarnaast bij aan verduurzaming, doordat installaties efficiënter draaien.
Maintenance Excellence is daarmee geen quick win, maar een traject van lange adem die niet alleen gaat over techniek, maar over samenwerken. “Het is geen sprint, het is een marathon,” zegt Rikkert. “We deden dingen altijd op een bepaalde manier en we zien nu dat het ook anders kan.”
Samenvattend
Met Maintenance Excellence leggen Ofi en Facta samen de basis voor een toekomstbestendige onderhoudsorganisatie. Door data, vakmanschap en eigenaarschap te combineren, verschuift de focus van reactief handelen naar structureel verbeteren. De grootste resultaten zitten niet alleen in de techniek, maar vooral in de samenwerking. Juist door samen verantwoordelijkheid te nemen, ontstaat een aanpak die leidt tot hogere betrouwbaarheid, betere prestaties en duurzame groei op de lange termijn. Want zoals Rikkert het treffend omschrijft: Maintenance Excellence is geen sprint, maar een marathon die je alleen samen succesvol aflegt.